Castratie bij de kater
Met deze folder proberen wij u te helpen bij het maken van een beslissing over het wel of niet castreren van een kater.
Castreren van kater wordt door ons altijd aangeraden als u niet van plan bent om met de kater te fokken. Er zijn veel zwerfkatten en katten die in asiels zitten omdat ze overcompleet zijn. Een kater kan in een voorjaar makkelijk 20 poezen in zijn omgeving dekken. Als u uw kater niet laat castreren kan hij dus in korte tijd ca. 200 katten toevoegen aan de populatie die geen eigen huis heeft.
Voordelen van castratie
- De kater zal niet meer de hele buurt wakker houden met zijn gekrijs als er een krolse poes in de buurt is.
- De kater zal minder territoriumgedrag vertonen en daardoor bijvoorbeeld niet in huis en in de tuin zijn sterk ruikende urine verspreiden.
- De kater kan geen jongen meer verwekken.
- Statistisch worden gecastreerde katers ouder dan niet gecastreerde katers. Door hun zwerfgedrag komen niet gecastreerde katers bijvoorbeeld vaker onder een auto. Gecastreerde katers blijven dichter bij huis.
- Vaak zijn gecastreerde katers de liefste katten die u in huis kunt hebben.
Nadelen van castratie
- De kater moet onder narcose, hetgeen altijd een klein risico met zich meebrengt.
- Ontstekingen en nabloedingen kunnen optreden, maar komen vrijwel nooit voor.
- Gecastreerde katers hebben minder eten nodig en zijn meer geneigd te dik te worden.
De operatie
Uw kater wordt onder volledige narcose gebracht. In beide balzakken wordt een sneetje gemaakt, waardoor vervolgens de ballen worden verwijderd. Bij het afknopen van het bloedvat wordt geen draad gebruikt, de knoop wordt m.b.v. de zaadstreng gemaakt. De wondjes blijven na de operatie gewoon open. Katers hebben over het algemeen na de operatie geen last van de ingreep. Wij adviseren een kater vanaf 6 maanden leeftijd te castreren. Als uw kater voor de castratie begint met sproeien (urinesporen afzetten in huis) moet u hem zo snel mogelijk laten castreren. Katers leren dit gedrag slecht af.